Een vrolijk weekblad

 

Donalds grote opmars begon pas écht in oktober 1952, toen het eerste nummer van het vrolijke weekblad Donald Duck verscheen. Twee jaar eerder bracht uitgeverij Mulder & Zoon drie ‘Donald Duck’-boekjes in zwart-wit op de markt.

En weer daarvoor was de eend bij de jeugd alleen bekend van het witte doek en van zijn bijrol in de krantenstrips van Mickey Mouse. Daarin heette hij nog Woerd Snater, omdat Donald Duck te Amerikaans zou klinken.

De eerste
In 1948, werd in Noorwegen voor het eerst een Donald Duck-tijdschrift uitgegeven. De buurlanden Denemarken, Zweden en Finland volgden al gauw en het was de Deense uitgever die in 1951 uitgeverij De Geïllustreerde Pers in Amsterdam op het idee bracht hetzelfde te doen.

De Geïllustreerde Pers gaf onder andere het weekblad Margriet uit en daarin kon men mooi reclame maken voor het nieuwe jeugdblad. Van de eerste Donald Duck werden maar liefst 2,5 miljoen exemplaren gedrukt en ter kennismaking gratis thuisbezorgd.

Het damesblad Margriet was een betrouwbare afzender. En omdat de jeugd in die tijd alleen dát te lezen zou krijgen wat moeder geschikt vond, werd de Donald Duck de eerste jaren dan ook op de redactie van Margriet samengesteld. Vandaar dat het logo op de voorplaat van Donald Duck jarenlang met een aantal margrietjes werd versierd.


© Disney

Brandweer
In het eerste nummer maakte men kennis met Donald die zijn veelbelovende loopbaan bij de Duckstadse brandweer door veel pech, maar ook eigen schuld, zag mislukken. Inmiddels is dit verhaal overigens al een aantal keer herdrukt. Het leuke is dat er destijds een pagina ontbrak, omdat Donald hier in zijn nakie de deur uit rent.

In het tweede nummer verschenen Katrien en Guus Geluk. In nummer 9 van 1952 dook uiteindelijk ook Dagobert Duck op. Hij werd aangekondigd als Donalds “rijke oom uit Amerika”. In totaal werden er 10 nummers uitgebracht in 1952. Deze nummers zijn nu weer te koop in luxe facsimile-boeken. Precies zoals ze er toen uitzagen.


© Disney De eerste tien nummers van 1952

Albums
Binnen een paar maanden begreep De Geïllustreerde Pers dat Disney een “kip (eend) met gouden eieren” was en daarom verschenen in 1953 stripboekjes van Dombo, Alice in Wonderland en Sneeuwwitje met verhalen die eerder waren voorgepubliceerd in Margriet.

Het zou wonderlijk genoeg nog tot 1958 duren voordat het stripboek Donald Duck en andere verhalen op de markt kwam; de eerste in een lange reeks.

Nederlandse tekenaar
Wie denkt dat het weekblad Donald Duck al die jaren met Amerikaanse strips werd gevuld heeft het mis! Alleen in de eerste jaren was dat het geval. Toen kocht en vertaalde men verhalen die al eerder in de Amerikaanse uitgave Walt Disney’s Comics and Stories waren gepubliceerd.

Dit waren voornamelijk verhalen van de Amerikaanse tekenaar Carl Barks. Al in 1953 werd de tekenaar Endre Lukàcs aangetrokken, die voorplaten en later Donald Duck- en Boze Wolf-verhalen ging tekenen.

Lukàcs zou tot het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw het merendeel van de voorplaten maken en daarmee het typische jaren vijftig gezicht van Donald Duck bepalen. Ook gaf hij zijn Donald Duck-verhalen een extra Nederlands tintje door bijvoorbeeld typische Amsterdamse huizen te tekenen.

Hiawatha
Personages die in de Verenigde Staten slechts tijdelijk populair waren, veelal naar aanleiding van een korte tekenfilm, werden in Nederland wonderlijk genoeg razend populair. Zilverslang en Hiawatha bijvoorbeeld en de grote Boze Wolf.

Na een aantal jaren was de voorraad Amerikaanse verhalen met deze personages uitgeput en men moest Nederlandse schrijvers en tekenaars aantrekken om deze leegte te vullen.

Vooral in de jaren zestig werden tal van avonturen met Hiawatha en de grote Boze Wolf getekend door Jan van Haasteren, Frits Godhelp, Piet Wijn en Jan Steeman, allen medewerkers van de Toonder Studio’s.


© Disney

Eigen productie
Pas eind jaren 60, begin jaren 70 komt de eigen productie pas goed op gang. Tekenaars als Carol Voges, Ed van Schuijlenburg en Daan Jippes komen de Nederlandse redactie versterken en het eerste nummer van de Duckstadkrant verschijnt.

Later gaan ook de Deen Fred Milton en de Duitser Jan Gulbransson voor de Nederlandse Duck verhalen tekenen. In de jaren zeventig wordt de Nederlandse Donald Duck gezien als het beste Disney-blad ter wereld, omdat er veel eigen materiaal en herdrukken van Carl Barks-verhalen in staan.

In de jaren tachtig en negentig komen er nog meer Nederlandse auteurs bij, zoals Michel Nadorp, Ben Verhagen, de broers Mau en Bas Heymans, Wilma van den Bosch en de schrijvers Jan Kruse, Frank Jonker en Evert Geradts. Ook worden er Spaanse en Braziliaanse tekenstudio’s aangetrokken om de vele Nederlandse verhalen uit te tekenen.

Code
Tegenwoordig bestaat het weekblad Donald Duck voornamelijk uit Nederlandse, Deense en oude Amerikaanse verhalen. Je kunt het land van herkomst herkennen aan de code op het allereerste plaatje van een verhaal.

Een code die begint met een H geeft aan dat het verhaal in Nederland is gemaakt. Een verhaal met een D-code komt uit Denemarken en Amerikaanse verhalen hebben vaak een code die begint met U.S. of W.D.C.

© Sanoma